|
Mijn naam is Rik Grashoff en ik ben kandidaat voor de Tweede kamer voor GroenLinks. Op zondag 18 april ben ik door het congres van GroenLinks gekozen op plek nr 11 van de kandidatenlijst. Daar ben ik blij mee. Ik had ingezet vanaf plek 8, maar duidelijk was het dat het fors dringen zou zijn in de “top tien”. Allemaal sterke kandidaten. Onze partij heeft wat dat betreft een luxe probleem. Als we die fractie van 12 tot 15 mensen straks in de Kamer krijgen, dan kunnen we uitstekend werk neerzetten.
Dit ben ik Ik ben vanaf de oprichting van GroenLinks in 1990 actief binnen de partij. Ik heb onder meer meegewerkt aan het eerste beginselprogramma van GroenLinks en ben lid geweest van het partijbestuur. Mijn belangrijkste ervaring ligt in het lokaal bestuur, met raadslidmaatschap (4 jaar) en wethouderschap in Delft (8 jaar) en recent wethouderschap in Rotterdam (krap 2 jaar). Ik breng bestuurlijke ervaring en vaardigheden mee en daarnaast kennis en inzicht in een breed spectrum van onderwerpen, eerst en vooral milieu, ruimtelijke ordening, mobiliteit, maar daarnaast ook op terreinen als wonen, integratie, burgerparticipatie, bestuurlijke verhoudingen en -vernieuwing. Ik ben eerst en vooral een praktisch en doelgericht politicus. Maar ik schuw een scherp, politiek geladen debat zeker niet. Ben daar ook behoorlijk in “thuis”: de politieke cultuur in Rotterdam kun je zonder meer hard noemen en daarin heb ik onder meer de gevoelige portefeuille van integratie/participatie mogen doen. Met genoegen!
Wat ik kan en wat ik wil in de kamer Ik zie voor mijzelf een rol in het inbrengen van ervaring in hoe om te gaan met een coalitierol in plaats van oppositierol. Daarvan hoop ik dat het nu ook landelijk zou kunnen komen. Daarnaast kan ik een stevige rol spelen in een scherp, zichtbaar en meer gezaghebbend profiel van GroenLinks, bij voorbeeld op terrein van milieu en klimaat of ook op terrein van integratie.
Tot slot zie ik voor mezelf een rol weggelegd om de verbinding tussen de kamerfractie en het lokale niveau fors te versterken. Daar is de afgelopen jaren écht wat blijven liggen. Dat weet ik als “lokalo” maar al te goed.
|
|